wanneer is logopedie nodig?  |  als praten niet vanzelf gaat
 
Wanneer is logopedie nodig?
Zowel volwassenen als kinderen kunnen behoefte hebben aan logopedische zorg. Op deze pagina vindt u informatie over logopedische zorg op het gebied van spraak en taal voor kinderen tot 8 jaar.

Al vanaf de geboorte kan logopedie geïndentificeerd zijn wanneer er problemen zijn bij zuigen, slikken, afhappen en/of kauwen. Het moment van verwijzen bij spraak-taalproblemen wordt aangegeven aan de hand van minimumnormen per leeftijdscategorie.

Zes maanden
Het kind brabbelt veel en gevarieerd, klanken worden gemaakt met de keel en met de lippen.
Het kind maakt kraai- en keuvelgeluidjes waarbij plezier en ongenoegen te onderscheiden zijn.

Negen maanden
Het kind heeft plezier in het herhalen van klanken, het luistert naar zichzelf.
Er is veel variatie in klankpatronen en melodie. Het kind herkent de stem van de verzorger, hetgeen bij huilen een kalmerende werking heeft.

Een jaar
Het kind gebruikt het brabbelen om te communiceren, er ontstaat een dialoog. Het brabbelt met veel herkenbare zinsmelodie. Het eerste woordje ontstaat.

Anderhalf jaar
Het kind luistert naar wat er gezegd wordt en voert simpele opdrachten uit. Steeds meer woorden worden begrepen. Naast "pappa" en "mamma" worden ook enkele andere woordjes gebruikt. De uitspraak is vaak nog niet goed.


        


Twee jaar
Het kind gaat meer praten, gebruikt woorden om iets te benoemen en gaat veel imiteren van wat er gezegd wordt. Er komen twee-woord uitingen voor.
Bijvoorbeeld: "fiese buite". Veel medeklinkers worden nog verwisseld, medeklinkercombinaties zijn nog moeilijk, bijvoorbeeld toel=stoel.

Twee en half jaar
Het kind vraagt veel naar namen (is dat?) en begrijpt steeds meer van de gesproken taal. Het kan al goed duidelijk maken wat het wil en gebruikt daarbij ook "niet" en "nee". De uitspraak wordt steeds beter.

Drie jaar
Het kind begrijpt opdrachten, nu ook zonder gebaren en aanwijzen.
Het brabbelen verdwijnt, de uitspraak verbetert, vooral bij de medeklinkers. De ik-vorm wordt nu gebruikt. Het kind spreekt in drie tot vijf-woord zinnen.

Drie en een half jaar
Er ontstaat begrip voor de taalregels maar de grammaticale structuur van de zinnen is nog vaak erg afwijkend, bijvoorbeeld "is recht bij de wei hardgeloopt ikke". Het kind is nu voor vreemden voor 70% verstaan.

Vier jaar
Het kind begrijpt veel en spreekt in eenvoudige, enkelvoudige zinnen, met al meer grammaticale structuur, bijvoorbeeld "heb de stoel omgeslaagd". Het kind vertelt verhalen. De meervoudsvormen worden al beter gebruikt. De verleden tijd wordt gebruikt met nog veel fouten. Er komen niet veel uitspraakfouten meer voor, nog wel problemen met moeilijke medeklinkercombinaties en langere woorden. De verstaanbaarheid voor vreemden is 90%.

        



Vijf jaar
Het kind spreekt in lange, redelijk goed gevormde zinnen. Het taalgebruik is nog concreet. De voorzetsels (in, op, naast et cetera) en de persoonlijke voornaamwoorden (ik, hij, jij et cetera) worden al goed gebruikt. Er komen nog maar weinig fouten voor in het gebruik van de verleden tijd. Samengestelde zinnen met "want", maar, omdat, komen nu voor. Bijvoorbeeld "en toen gingen we varen met de boot, want anders kan je niet op Terschelling met vakantie". De uitspraak is nu bijna helemaal goed. De /r/ en de /s/ blijven soms nog moeilijk. De verstaanbaarheid is 100%.

Zes tot acht jaar
Het kind spreekt in lange, goed gevormde, ook samengestelde zinnen. Vrijwel alle taalregels worden goed gebruikt. Er zijn geen problemen meer met de uitspraak, ook de /r/ en de /s/ worden correct uitgesproken. De woordenschat wordt steeds groter. De taalontwikkeling is klaar.

Gehoor
Het gehoor speelt een belangrijke rol bij de spraak-taalontwikkeling. Bij twijfels zal dit altijd nader onderzocht moeten worden.

Tip: klik hier om deze informatie te downloaden > praktijkfolder: Wanneer logopedie?


ga terug


disclaimer